VLUCHTEN

Dit verhaal is van — Rob de Moes (69), Rotterdam
Dit verhaal is afgenomen door — Lodewijk Ouwens (70), Rotterdam
Zij is de hoofdpersoon. De man in het bed is haar vriend. Hij werd het slachtoffer van een gifgasaanval en is in allerijl op een geïmproviseerd ziekenhuisbed gelegd.
Ze hebben haar geroepen: ‘Je moet snel komen want…’
Zojuist trof ze hem aan in het bed met deze wonden.
Ze was diep geschokt, daarna panisch.
Nu staat ze voor de afgrijselijke beslissing om hem in de steek te laten en voor zichzelf te kiezen. Want ze heeft ter plekke instinctief besloten: dit is te erg, ik moet hier meteen weg.
Naar een land zonder oorlog, naar de veiligheid. Vluchten, overleven.
Dat heeft ze hem zojuist gezegd.
De ernst van haar besluit dringt nu pas in alle hevigheid tot hen door.
Ze zwijgen beide.
Zij schaamt zich diep voor haar besluit en durft hem niet meer aan te kijken.
Hij is verbijsterd.
analyse
Wat gebeurt er? De jongedame komt op bezoek. Er zal een familieband zijn. Ze kijkt weg. De man kijkt naar haar. Ze kijkt naar iemand achter de fotograaf. Zo te zien is het een primitief ziekenhuis, misschien een geïmproviseerd kantoor om mensen op te vangen. Ik denk dat ze wegkijkt vanwege de ellende die ze aanschouwt. In haar ogen zie ik de afschuw en het verdriet over wat ze zojuist gezien heeft. Ze kan het niet langer aanzien. De suggestie is dat er een familierelatie is, omdat ze elkaars hand vasthouden.
Wat zie je? Ik zie een man in een bed. Hij leeft, maar hij is het slachtoffer van naar ik vermoed een gifgasaanval. Aan zijn gezichtsuitdrukking te zien heeft hij geen pijn. Hij is verminkt, maar het lijkt alsof het pigment uit zijn huid is weggevaagd. Dit zijn geen brandwonden. Hij heeft waarschijnlijk met blote armen buiten gelopen, want zijn lijf is niet echt aangetast. Dat wijst naar mijn idee op gifgas. Is dit Syrië? Het meisje is totaal uit het veld geslagen. Ze kan niet naar de man in het bed kijken.
Wat gebeurt er nog meer? Het lijkt erop dat ze kortgelden is gebeld om te komen kijken wat er is gebeurd. Ze ziet hem nu voor het eerst. Hij is net binnengebracht. Daarom wendt ze haar blik af. Haar kleding is in totale tegenspraak met de ellende om haar heen. Kleurig, spijkerstof, vrolijk. Wat een verschrikkelijk contrast! Met haar rechterhand ondersteunt ze de man. Maar haar linkerhand is verkrampt alsof ze ook pijn heeft. Dit is geen regulier ziekenhuis. Geen infuus, geen monitor. Zakdoekjes, wat te eten, dopjes van waterflesjes.
Associaties Dit is een scène uit een toneelstuk van een Syrische dichter. Dit is de openingsscene. Dit zijn geen mensen, maar robots. Ze hebben zich vermomd als mensen. Zou ook WO 1 kunnen zijn, maar de huidskleur past niet. Dit is nu. Misschien zijn ze vreemden. Is ze een vrijwillige hulpverlener. Misschien is ze een toevallige ooggetuige. Des te erger deze aanblik voor haar.