GEEN WEG MEER TERUG

Dit verhaal is van — Syl Granneman (50), Goirle
Dit verhaal is afgenomen door — Annemieke de Man (53), Oude Wetering
Svetlana kijkt gebiologeerd naar de deur waardoorheen de oude, grijze arts zojuist de gang op liep. Het piepend geluid van zijn rubberzolen sterft stap voor stap in de verte weg. Ze hoort het niet. In haar hoofd echoën de woorden van de arts nog steeds na. ‘Er is niets meer aan te doen. Youri’s fysieke conditie blijft zoals die nu is.’ Svetlana balt onbewust haar hand.
Youri kijkt op zijn beurt Svetlana vragend aan. Voor hem kwam het nieuws dat de arts bracht niet onverwacht. Na 45 lange dagen en nachten in dit ziekenhuisbed, had hij allang dezelfde conclusie getrokken. De woede, de frustratie, de zorgen over de toekomst, de angst voor nog meer verlies, de terugkerende vraag waarom hij zo nodig deel moest nemen aan de gewelddadige demonstratie in Kiev en – bovenal – de immer aanhoudende pijn die zijn lichaam langzaam sloopt. Dat alles had er aan bijgedragen dat zijn hoop op beter volledig vervlogen was. Het werd niet beter, nooit meer. Nee, het was niet de onheilstijding zelf, maar de implicaties daarvan die op dit moment als een hongerige roofvogel boven zijn hoofd cirkelde. Klaar om aan te vallen. Hij voelt het. En weet het. Svetlana kan niet alleen van hem wegkijken, maar ook van hem weglopen. Hij, daarentegen, ligt hier maar en kan niets, behalve afwachten. Hij balt zijn rechterhand en houdt met zijn linker Svetlana’s hand stevig vast.
De echo’s in Svetlana’s hoofd hebben plaatsgemaakt voor spervuur aan vragen. Wat betekent dit voor de toekomst? Voor die van haar, die van hem en die van hen samen? Hoeveel zorg heeft hij thuis nodig? Wil zij hem die geven? En kan ze dat wel aan? Fysiek? Mentaal? Houdt ze wel genoeg van hem? Wat denkt hij? Wat voelt hij? Wat verwacht hij? Wat kan en wil zij? Ze voelt paniek en angst opborrelen, ze weet geen enkel antwoord. Niet nu, niet hier. Ze heeft meer tijd nodig. Ze ademt een paar keer diep in en uit. Pas als haar hartslag weer enigszins normaal is, draait ze zich om en beantwoordt Youri’s vragende ogen met een liefdevolle blik.
analyse
Wat gebeurt er? Ik zie een ernstig gewonde jongen in een bed liggen: zijn gezicht en armen zijn ernstig verbrand. Ik denk dat zijn vriendin naast hem staat, ze houden elkaars handen vast. Hij kijkt naar haar, zij kijkt weg, ondanks dat zijn ze samen. Er hangt spanning, verdriet in de lucht. Het speelt zich af in een oud ziekenhuis.
Wat zie je? De jongen en het meisje houden elkaars handen vast en de gezichtsuitdrukkingen zijn ernstig. Mijn blik trekt er steeds naar toe; het voelt verdrietig, moeilijk, uitzichtloos. Het meisje kijkt van hem weg, ze heeft een verdrietige, maar ook gelaten blik. Ze kijkt wel ergens naar, maar wordt niet geroepen ofzo. Het is alsof ze iemand nakijkt.  De jongen ligt in een oud ziekenhuisbed in een wat smoezelige omgeving: het ziet er niet klinisch en een beetje onhygiënisch uit.
Wat gebeurt er nog meer? Het bed staat voor een deur: het kan een gangdeur zijn maar ook een kastdeur. Op de plank rechts staan flesjes water, dopjes, wat papier. Het ziet er smoezelig uit. Zowel de jongen als het meisje hebben hun vrije hand gebald, alsof ze wanhopig zijn. Het meisje ziet er gezond en mooi uit, een schril contrast met de jongen in het bed. Ze hebben beiden een Oost-Europees uiterlijk, ik denk dat de foto in Oost-Europa genomen is, ergens waar het regelmatig onrustig is, in de Oekraïne of zo.
Associaties Fysieke pijn – Moeilijke, pijnlijke situatie – wanhoop – geweld – tragisch