GOED NIEUWS

Dit verhaal is van — Annie Wesselman (82), Oude Wetering
Dit verhaal is afgenomen door — Annemieke de Man (53), Oude Wetering
Als ik de kamer van Andrei binnenstap, zie ik dat ik te laat ben. Sofia, zijn vriendin, is er al. Zij kijkt mij verdrietig en doordringend aan. Ze heeft gehuild. Ik was er al bang voor. Vandaag zat alles tegen. Het verbinden van de nieuw binnengekomen patiënt had zoveel tijd gekost dat ik Sofia misgelopen was bij de receptie van de brandwondenafdeling. Zij had zich daar, zoals iedere dag, om klokslag vier uur gemeld om Andrei te bezoeken. Ik had met haar mee willen lopen en haar onderweg willen voorbereiden op Andrei’s nieuwe aangezicht. Het is nog maar twee uur geleden dat de arts aangaf dat Andrei’s wonden niet langer verbonden hoeven te worden. Hoewel dat een medische stap vooruit is, ervaren dierbaren dat doorgaans anders. Ik werk hier lang genoeg als verpleegkundige om te weten dat de eerste confrontatie met de schade die vuur aangericht heeft op het lichaam van een geliefde traumatisch is. Op zijn zachtst gezegd.
Als ik mijn blik door de kamer laat dwalen, breekt mijn hart. Ze zijn nog zo jong en al die weken dat Andrei hier ligt na de brand op zijn werk zijn ze samen zo sterk en positief geweest. Maar nu lijkt alles anders. Sofia staat daar maar, aan de grond genageld, starend naar mij. Ze zwijgt, evenals Andrei die haar wanhopig aanstaart, op zoek naar een reactie, naar oogcontact. Ze houden elkaars hand vast, hun andere hand hebben ze allebei gebald. Het is zichtbaar dat schrik, verdriet en angst hen vandaag in een ijzeren greep houden. Ik verwijt mezelf dat ik ze dit niet heb kunnen besparen. Tegelijkertijd besef ik me ook dat het nu aan mij is om ze op te vangen en gerust te stellen. Ik loop op Sofia af en leg zachtjes mijn hand op haar schouder. ‘Ik begrijp dat je geschrokken bent, maar medisch gezien is dit heel goed nieuws’ hoor ik mezelf zo rustig mogelijk zeggen.
analyse
Wat gebeurt er? Ik zie een verbrande man op een bed liggen. Naast hem staat een jong meisje: ze houden elkaars hand vast. Ik kan niet zo goed inschatten hoe oud hij is, maar ik vermoed dat hij net als het meisje jong is, ongeveer 21 jaar. Het zal zijn vriendin zijn. Hij ligt in een ziekenhuisbed, ik denk in een brandwondencentrum. Hij is ernstig verbrand, maar dat is al een tijdje geleden gebeurd. Hij is al aan het opknappen. Ik denk dat er een foto genomen werd toen er iemand binnenkwam, een verpleegkundige ofzo. Het meisje kijkt vermoedelijk naar een deur.
Wat zie je? Ik zie een ziekenhuisbed in een voorderest kale en lege kamer. Naast het bed staan op een plank iets van medicijnen, koekjes, tissues en water. Op de muur naast het bed zitten drie stopcontacten. Het is te kaal om bij iemand thuis te zijn. Vanwege zijn verwondingen denk ik dat het een brandwondencentrum is. Ik vind het wel vreemd dat er achter zijn bed een kastdeur zit, alsof het bed verplaatst is. Het is een oude, armoedige kamer. Ik denk niet dat het Nederland is, maar in Oost-Europa, Roemenië ofzo. De brandwonden zijn niet meer verbonden, dus hij is alweer aan het opknappen. Ik denk dat hij in een brandend pand gezeten heeft of een gasontploffing meegemaakt heeft op zijn werk ofzo.
Wat gebeurt er nog meer? De jongen kijkt naar het meisje. Het meisje kijkt naar de deur. Hij kijkt serieus en een beetje angstig, zij verdrietig/somber. Het lijkt alsof ze gehuild heeft. De jongen zijn linkerhand rust op een kussen ofzo, zijn rechterhand ligt op de deken en is gebald. De linkerhand van het meisje is ook gebald. Het lijkt erop dat het meisje geschrokken is en erg verdrietig. Misschien is dit de eerste keer dat ze hem zonder verband ziet ofzo. Ze kijkt ook alsof ze steun zoekt bij degene die de kamer binnenkomt. Dat zal een verpleegkundige kunnen zijn.
Associaties Brand – pijn – schrik – ziekenhuis – verdriet