HET KOMT GOED

Dit verhaal is van — Roy Knelange (28), Amsterdam
Dit verhaal is afgenomen door — Annemieke de Man (53), Oude Wetering
“En, hoe staat het met de strijd. Wint de oppositie al terrein terug?” Gelijktijdig met Ahmeds stem, hoor ik gejoel buiten op straat. Ondanks de gejaagdheid waarmee Ahmed spreekt – mijn broer is nieuwsgierig en doorgaans de ongeduld zelve – wend ik mijn blik naar het raam tegenover het bed. Ik vang nog net een glimp op van een rennend kindje, op de voet gevolgd door een nijdig blaffende hond. Het meisje kijkt angstig achterom en omstanders proberen met handgebaren en geschreeuw de hond een andere kant op te lokken. Ik kijk ernaar en kraak tegelijkertijd mijn hersens over hoe ik Ahmeds indringende vraag het beste kan beantwoorden. Ondertussen houd ik zijn hand stevig vast.
Onwillekeurig dwalen mijn gedachten terug naar de gebeurtenissen in de voorbije weken. De paniek na de hevige bombardementen. De angst toen bleek dat ook het huis van neef Asem, waar Ahmed op dat moment op bezoek was, zwaar getroffen was. De onzekerheid over hun lot en de enorme opluchting toen zij levend teruggevonden werden. Gek genoeg had de gasontploffing die volgde op de bominslag hun leven gered. Ze waren slechts bedekt onder een klein laagje brokkelige puin en mankeerden – op de heftige brandwonden na – niets. Ze konden lopen, zien, horen en praten. Ze zouden er weer helemaal bovenop komen, hadden de artsen ons verzekerd.
Wat waren we blij geweest met dat bericht, evenals met het aanbod van oom Mohammed, de vader van Asem, dat ook Ahmed zo lang als het nodig was bij hem thuis kon herstellen. Een zegen, want een langer verblijf in het noodhospitaal aan de rand van Aleppo was voor hem geen optie geweest: zijn sympathie voor de oppositie werd hem niet in dank afgenomen. Hier in Mansoura, een dorp in de buurt van Aleppo, was hij veilig. De vaardige, zorgende handen en het opgeruimde karakter van tante Amina deden de rest: het ging met de dag beter met Ahmed en Asem. Wat hadden ze geluk gehad.
“En?” Ahmeds stem brengt me terug in het heden. Ik schraap zachtjes mijn keel en antwoord: “Dat is zo moeilijk te zeggen. De ene dag is de ander niet. Maar, hoop doet leven, uiteindelijk komt het goed. Insha’Allah”
analyse
Wat gebeurt er? Een meisje kijkt naar buiten terwijl een gewonde jongen haar een vraag stelt. Ze zijn ongeveer even oud, ik denk dat het broer en zus zijn. Hij ligt in ziekenhuisbed bij iemand thuis. Zijn gezicht en zijn armen zijn verbrand, voorderest heeft hij zo te zien geen verwondingen.
Wat zie je? Het is een slaapkamer of kamer bij iemand thuis: het licht komt van de zijkant, het is een oude, niet moderne kamer. Het is te donker en te gewoon om een ziekenhuis te zijn. De ziekenhuisapparatuur zoals infusen en harstslagmeters en dergelijke ontbreken. Het bed staat bovendien voor een kast en zo’n kastje rechts met waterflesjes en dergelijke vind je ook niet in een ziekenhuis. Het is zeker niet in Nederland, daarvoor is de kamer te oud en zien het meisje en de jongen er te Oosters uit. Ik denk dat het ergens in het Midden-Oosten is, in Syrië. De jongen is dan gewond geraakt tijdens een oorlogssituatie.
Wat gebeurt er nog meer? Het meisje houdt de hand van de jongen vast, om hem te steunen of gerust te stellen. Het meisje kijkt door het raam tegenover het bed naar buiten. Wat daar gebeurt is niet ernstig, want de blik van de jongen blijft op het meisje gericht. Waarschijnlijk lopen er gewoon mensen langs of een hond ofzo. Het lijkt alsof de jongen het meisje een vraag stelt. Zij kijkt nadenkend, alsof ze even niet weet wat ze moet antwoorden. Qua gezondheid komt het goed met de jongen. Hij kan zijn ledematen bewegen en gebruiken (getuige zijn hand), kijken en praten.
Associaties Slachtoffer – oorlogsgebied– familie – pijn – oude omgeving (niet modern)